Eise Jans Pool (*1766) en Rinske Hanzes Jager (*1767)

Toen Eise 29 jaar was vond in de Nederlanden, in 1795, de "Franse Revolutie" plaats. Het volgende verslag der gebeurtenissen volgt het begin van "Een revolutie ontrafeld" van Kuiper (2002).

1795 - Revolutie in Friesland   Het was zeer strenge winter, al in december 1794 waren de kanalen dichtgevroren en er waren op veel plaatsen schaatswedstrijden geweest. Maar na een korte dooi viel de vorst weer in en was er overal veel sneeuw gevallen.
Eind 1794 nam de politieke onrust in Nederland toe. In vele gespreksgroepen werd over het omverwerpen van het bewind van de Stadhouder van Oranje gepraat om het door een bestuur van en voor het volk te vervangen. Vanwege die onrust was de Prins van Oranje op 18 juanuari met zijn familie naar Engeland gevlucht en de dag erna vond in Amsterdam een bestuurlijke omwenteling plaats.
Het nieuws over de omwenteling in Amsterdam en elders bereikte Friesland pas laat in januari. Maar ook hier werden politieke groepen aktief. Op 7 februari werd te Leeuwarden het "Comité Revolutionair Provinciaal" (CPR) voor Friesland" opgericht. Met dit voorbeeld volgden ook in enkele steden omwentelingen, op het platteland bleef het nog rustig. Vanuit Leeuwarden trokken leden van het CPR naar de grietenijen maar stuitten daar vaak op verzet. "Zeer roerig ging het ook toe in Drachten in Smallingerland, waar oranjegezinden wild tekeer gingen" (Kuiper, pag.37).

Al gauw verbood het nieuwe regime tekenen van "Oranje gezindheid", en daartoe hoorde het dragen van de oranje linten, die in contrast stonden tot de "blauwmutsen" of de groene strikjes van de republikeinen.
Aan de hand van de archieven bericht Vleer (1950, p.65) het volgende (zie ook bij Gerben Hinnes).

Eise Jans Pool uit Drachtster Compagnie komt de eer toe de eerste fries geweest te zijn die door het Hof van Friesland werd veroordeeld wegens het dragen van oranje op de hoed. Hij had met andere personen 

Het "Blokhuis", de gevangenis van Leeuwarden, stond op de zuidwestelijke hoek van de stad omgeven door eigen grachten. De prent toont het Blokhuis tijdens de verbouwing in 1783 (Collectie Fries Museum). Er was toen plaats voor 14 gevangenen (gevangen in Friesland).

op den 18 Febr 1795 na de middags in de Dragten zig met een Orange Lint aan de hoed op straat vertoond, dat na zulks de gevangene [EJP] met eenige van sijne aanhangers zig heeft begeven naar de stokerij van Willem Bonnes in de Zuider Dragten. Dat de Executeur van Smallingerland Jurrien Salves Posthumus is gekomen in gemeld stokerij en aan de aldaar vergaderde menschen in 't naam van de Municipaliteit versogt heeft om hunnen Orange Linten op te leggen. Dat de gevangene zulks niet gedaan heeft maar in substantie gezegd dat dan de groene strikjes ook van de hoeden moesten. Dat de gevangene vervolgens met anderen gegaan is naar het huis van Tjalling Dirks dat hij ook thoen nog het Orange Lint met een Leeqster struikje aan sijn hoed had. Dat thoen de Executeur Jurrien Salvius Posthumus dien avond in huis van Tjalling Dirks kwam en van de gevangene eischte gemelde Leekstruikje en Orange Lint, de gevangene het Leekstruikje op vesoek van de Executeur voort heeft overgegeven aan den zelven.  Eise Jans Pool werd veroordeeld tot acht dagen op water en brood in de Leeuwarder gevangenis. Het was een lichte straf, maar een waarschuwing voor iedereen die meende met de Bataafse Republiek een loopje te kunnen nemen.
"Leekster struikje" = schaatstrofee met (oranje) linten (zie "Onze Volkstaal", 1890, in DBNL, of de tekst).

Bij het huwelijk van Eise en Rinske in 1796 komen beide uit Noorderdrachten.
Kinderen: 1797 Aalke, 1799 Jeltje, 1802 Jan, en na 1804 Eize. De kinderen waren niet gedoopt, dat hadden Eise en Rinske verwaarloosd, maar ze zijn gereformeerd (zo wordt verklaard bij het huwelijk van zoon Jan).

In de speciecohieren (belastingregisters) van Drachten is Eise Jans te vinden.  1798 (volgnr 139) Eise Jans, "tevoren gediend" (voorheen ergens inwonend?).  1799 Eise Jans, 1 schoorsteen.  1800 vertrokken naar Zuiderdrachten volgnr 64: daar 1½ schoorsteen, 12 koeien, 5 pondemaat gezaai (½ schoorsteen is vermoedelijk een stookhut).  1802 1½ schoorsteen, 10 koeien, 2 rieren, 5 gezaai, 1 paard (belasting 13-15-14 2/3).  1803 idem, 1805 einde register.

Eise Jans komt ook voor in gerechterlijke stukken, de "reces boeken".*)  Op 29-10-1799 (Sma Inv 16 Fol 18 verso; Scan 23) gaat het om: Johannes Rienks koopman in de SD [Suiderdragten] Impt CONTRA Eise Jans Pool huisman in de ND [Noorderdragten] Ged. (Impt is de eiser. Ged is de gedaagde).   De Impt per procureur K.P. Pel accuseert de Ged de 1ste contumacia om betalinge van negen Car guld en dertien strs causa geleent gelt hetwelk de Impt op versoek van de Ged weegens een door het Geregte afgemaakte acte in cas injurie aan eenen Willem Luitiens tot welks de Ged was gecondemneert heeft betaalt, alles in cas van oppositie ten libelle en bij weegen van verstek nader ten interdit te deduceren zijnde bij absentie van de Ged des selve huisvrouw hiertoe in persoon geciteert volgens relaas judicia vertoont.   En dan op 12-11-1799 (Sma Inv 16 Fol 21, Scan 25): Johannes Rienks koopman in de Suiderdragten Impt CONTRA Eise Jans Pool in de compagnie van N Dr [Noorderdragten] Ged.   De Impt per procureur K. P. Pel accuseert de Ged de 2de contumacia om de boete van een accusatie en voorts ten principale als in de eerste acte van accusatie staat uitgedrukt zijnde de Ged hiertoe in persoon geciteert door de executeur G.J. Offringa volgens relaas in judicia vertoont.   Daarna (tenminste tot december 1800) wordt deze zaak niet meer genoemd. In eerste instantie was Eise niet komen opdagen, zijn vrouw Rinske wel. Eise zal het van Johannes Rienks geleende geld ter betaling vn de boete vanwege het door Eise tegen Willem Luitiens gebruikte "geweld" (dat kan zowel verbaal als lijfelijk geweest zijn) wel terug betaald hebben.   [ Johannes Rienks (Kuipers) was koopman in de Suiderdrachten en "patriot"; Johannes was getrouwd met Hencke, dochter van de grote koopman Hendrik Gjalts Landmeter.]

Naarmate het napoleontische Koninkrijk Holland langer duurde werden de gevolgen van handelsbeperkingen duidelijker. Er heerste armoede.
In 1807 wordt uit Eize's schuur haver gestolen (Nedergerecht Smallingerland, Inv.002, Folie 92+93, scan 48; zie ook van der Molen, S.J., "Turf uit de Wouden"; de Tille, 1978.)
Volgens Eize’s verklaring voor het gerecht was hij op 30 januari opgestaan en vond de achterdeuren open. Na rondkijken bleek dat er een gat in het dak was gesneden en dat ongeveer 1 lopen Haver (ca. 83 liter) weg was. Enkele dagen later spreekt hij Klaas Hendriks die vertelt op 29 januari ’s avonds een man te hebben gezien, Hendrik Jans, die om hulp vroeg, om een zware zak op zijn rug te tillen. Wat daar dan wel in zat? "Haver, met een boer geruild tegen boonen". Deze Hendrik Jans had geen goede naam. Eize gaat dan met Klaas Hendriks en anderen naar het huis van Hendrik Jans, die bij zijn vader Jan Padijske woont. Er volgt een ruzie-achtig gesprek, de diefstal wordt toegegeven en de Padijskes hopen op stilzwijgen door twee goede schapen aan te bieden. De haver "zittende in den hof onder de aarde begraven".

1807:

 

1811:

Twee of drie dagen later brengt Jan Padijske de haver terug. Eize verklaart dit allemaal begin maart en laat de zaak verder rusten.

In 1811, als volgens de nieuwe franse wetten iedereen een achternaam moet aannemen, verklaart Eise Jans de achternaam Pool te willen behouden. Hij woont dan te Noorderdrachten 166. In zijn handtekening is de spelling aangepast!

Het zakelijk verloop van Eises leven kan ten dele uit de notariële aktes worden gereconstrueerd.
In 1810 koopt Eise een huis en land te Drachten voor f 400.
In 1814 wordt bij de notaris een boerenplaats "gescheiden". Deelhebbers zijn Eises zusters Aaltje, Liefke en Klaaske. Zijn ouders hadden een boerderij, maar vader Jan Jacobus was in eerste instantie verveener.
In 1816 lenen Eise en Rinske f 500 van Errit Pieters de Oude in Drachten. 1818 kopen ze land voor f 180.
In 1820 verkoopt Eise een huis, erf, land en heide te Drachten aan zijn zwager, Jogchum Sierds van der Berg, schipper, die met Aafke Eises getrouwd is. Het lijkt of het boerenbedrijf Eise te veel geworden is.

Eise overlijdt in 1823, 57 jaar oud. Er is dan onroerend goed in de boedel (zie notariële aktes).
Bij het huwelijk van zoon Jan in 1824 is Rinske aanwezig, ze woont dan in Beetsterzwaag.
In 1824, ruim een maand na het huwelijk van Jan, overlijdt Rinskjen Jans Jager (in Opsterland). In de boedel zit een oorijzer, dat naar Rinskjes kleindochter Rinskje Oeges Reitsma gaat, de dochter van Jeltje Eises Pool.

*) Met dank aan Sjoerd de Boer voor het speurwerk.
Kuiper, J., 2002, "Een revolutie ontrafeld - Politiek in Friesland 1795-1798", Uitg. van Wijnen, Franeker
Vleer, W., Tsj. ~1950, "Rare kostgangers in Opsterland en Smallingerland door de eeuwen heen". Tresoar Archief nr: Frys 15.70.24.Vlee
 
Terug naar de kwartierstaat van Pool-Jager-Rinkema.

(2020.05.22)   rh561m.html   begonnen 2015